De Kwintencirkel | Hoe werkt de kwintencirkel en wat is het nut ervan?

Home » Blog » Muziektheorie » De Kwintencirkel | Hoe werkt de kwintencirkel en wat is het nut ervan?
De kwintencirkel met majeur en mineur toonsoorten

De kwintencirkel, ook wel de cirkel van vijf genoemd, is een belangrijk onderdeel in de muziektheorie. Met dit figuur kom je meer te weten over de verschillende “toonsoorten” die de basis vormen van de muzikale harmonie. 

In totaal zijn er 12 toonsoorten gebaseerd op de 12 verschillende toonhoogtes. De beste manier om ze te leren is met behulp van een slim diagram dat de kwintencirkel wordt genoemd. 

Dit systeem dateert uit de jaren 1600 en wordt nog steeds gebruikt om gemakkelijk de toonsoorten en hun overeenkomstige kruizen of mollen te vinden en te onthouden.

Spelen in verschillende toonsoorten 

Een toonsoort is een verzameling noten die in een muziekstuk wordt gebruikt. Vooral in de  westerse klassieke, jazz-, en popmuziek spelen toonsoorten een belangrijke rol.

De toonsoort is bepalend voor de beschikbare toonhoogtes van waaruit een muzikale compositie kan worden geschreven. Het beïnvloed ook de manier waarop de melodie en harmonie met elkaar samenwerken.

Elke toonsoort wordt genoemd naar de grondtoon (tonica) die de klank ervan bepaalt. 

De tonen van een toonsoort kunnen worden gevonden door vanaf de grondtoon in een majeur toonladder omhoog te gaan. Hier zijn twee voorbeelden:

1. Als C de grondtoon is, dan staat de muziek in de toonsoort C. De volgende noten zijn de tonen die binnen het octaaf kunnen worden gespeeld:

2. Als G onze grondtoon is, dan is de muziek in de toonsoort G. De volgende noten zijn de tonen die binnen het octaaf kunnen worden gespeeld:

                   G A B C D E F#

Zoals hierboven te zien is, zit er in de toonsoort G een Fis. Zo heeft elke toonsoort een unieke set kruizen of mollen die de toonsoort een specifieke klank geven. 

Als je repertoire groter wordt, zul je muziekstukken ontdekken die in verschillende toonsoorten zijn geschreven. Je zult zelfs muziekstukken vinden die in de loop van het stuk van toonsoort veranderen. Daarom is het heel belangrijk om te weten welke kruizen of mollen elke toonsoort heeft zodat je makkelijk alle muziekstukken kan leren spelen!

De majeur toonsoort

Naast de toonhoogte van de toonsoort maken we ook een onderscheid in het type van de toonsoort. Over het algemeen zijn er twee hoofdtypen van elkaar te onderscheiden: de majeur- en mineur toonsoort. 

De majeur- of mineur toonsoort bepaalt, naast andere aspecten zoals ritme, instrumentatie, of snelheid, voor een groot gedeelte de stemming van het en het karakter van het muziekstuk

Zo hebben de noten van een majeur toonsoort van nature een positieve en vrolijke klank. 

Denk maar aan het vrolijke liedje “Happy Birthday”. Dit staat in een majeur toonsoort en heeft daarom een opbeurende klank, ongeacht op welke toonhoogte je het liedje speelt.

De meeste liedjes die in majeur geschreven zijn, klinken vrolijk en zijn harmonisch gemakkelijk om naar te luisteren. 

De mineur toonsoorten

De mineurtoonsoort wordt vaak geassocieerd met een melancholische en/of droevige klank – het tegenovergestelde van de majeur toonsoort. 

Denk maar aan het eerste deel van Beethovens “Moonlight Sonata”, dat in mineur is geschreven. Dit gedeelte heeft een treurige en melancholieke klank door de mineur die hier sterk wordt benadrukt.

Zodra een liedje in mineur staat zal het een droevig karakter hebben ongeacht op welke  toonhoogte die wordt gespeeld.

Voortekens

De voortekens (de reeks kruizen of mollen) op een partituur geven de toonsoort van een muziekstuk aan.

Deze tekens kan je vinden aan het begin van de notenbalken (zie afbeelding). Ze geven aan welke noten een halve toon hoger of lager moeten worden gespeeld.  

Een kruis (♯) geeft aan dat de noot een halve toon hoger moet worden gespeeld. Bijvoorbeeld A wordt A♯ (Ais) met een kruis ervoor.

Een mol (♭) geeft aan dat de noot een halve toon lager wordt gespeeld. Bijvoorbeeld B wordt een B♭ (Bes) met een mol ervoor.

De toonsoorten kunnen één tot zes kruizen OF mollen bevatten. De hoeveelheid mollen of kruizen geven aan in welke toonsoort het muziekstuk staat. 

Bijvoorbeeld, drie mollen betekent dat het muziekstuk in E♭ majeur of C mineur staat, of twee kruizen betekent dat het stuk in D majeur of B mineur staat.

Zo zijn er twaalf verschillende mogelijkheden van mollen en kruizen die allemaal een unieke toonsoort aanduiden. Om al deze toonsoorten makkelijk uit je hoofd te leren, kan de kwintencirkel je helpen.

De kwintencirkel en voortekens

De kwintencirkel is een grafische vertoning van de voortekens die alle toonsoorten kunnen gebruiken. Wellicht ziet deze cirkel er nu nog moeilijk uit, maar eigenlijk is het heel makkelijk.

De kwintencirkel met majeur en mineur toonsoorten

De cirkel begint bovenaan met C majeur. Deze toonladder heeft geen voortekens en bevat dan ook geen kruizen of mollen. De C-majeur toonladder speel je daarom alsvolgt: C-D-E-F-G-A-B-C.

Zodra een liedje in een andere majeur toonsoort staat dan C majeur, weet je dat deze toonsoort een of meerdere kruizen of mollen bevat. 

Kruizen

Een toonsoort zal een kruis bevatten als de toonsoort zich aan de rechterkant van de C-majeur in de cirkel bevindt. Met elke stap met de klok mee krijgen de toonsoorten een extra kruis. 

Het ezelsbruggetje dat je kan gebruiken om de volgorde van de toonsoorten met kruizen te onthouden, is: (G)eef (D)e (A)rme (E)en (B)ord (F)riet. Zo heeft G-majeur één kruis, D majeur twee kruizen, A majeur drie kruizen, etc.

Dit gaat zo door totdat we bij de F♯ majeur aankomen met zes kruizen. Dit is de toonsoort met het meeste aantal kruizen die in sommige partituren wordt gebruikt. De C♯-majeur (met zeven kruizen) wordt namelijk vervangen door de D♭-majeur (met vijf mollen), vanwege praktische overwegingen.

Als je met de klok mee blijft gaan vanaf F♯-majeur zie je dan ook dat er een overstap komt naar de mollen. Naast de F♯-majeur ligt D♭-majeur met vijf mollen en daarnaast A♭-majeur met vier mollen.

Met elke stap die je met de klok mee verder gaat, gaat er één mol af. Dit gaat zo door totdat je weer bij de C-majeur uitkomt en het verhaal weer opnieuw begint.

Wat belangrijk is om van bewust te zijn is dat elke nieuwe toonsoort die je vanaf C-majeur met de klok mee tegenkomt één kwint verder ligt dan de vorige toonsoort. Zo ligt de G een kwint verwijderd van C,  D een kwint van G, A een kwint van D, etc. Hier heeft de cirkel dan ook zijn naam aan te danken.

Mollen

Vanaf de C majeur kan je ook tegen de klok ingaan. De toonsoorten die je aan de linkerzijde van de cirkel tegenkomt hebben in tegenstelling tot de rechterzijde alleen mollen als voortekens. 

Met elke stap tegen de klok in krijgt de toonsoort één mol meer. Het ezelsbruggetje voor om de toonsoorten met de mollen te onthouden, is: (F)riese (B)oeren (E)ten (A)lle (D)agen (G)ort. Zo heeft F één mol, B♭, twee mollen, E♭ drie mollen, etc.

Belangrijk is om te weten dat de toonsoorten tegen de klok in niet meer een kwint uit elkaar liggen, maar een kwart. Zo ligt F een kwart van C, B♭ een kwart van F, E♭ een kwart van B♭, etc.

Relatieve mineur

Als het goed is, begin je nu een aardig begrip te ontwikkelen van hoe de kwintencirkel is opgebouwd en waar die voor gebruikt kan worden. Daarom maken we het een stapje moeilijker door de relatieve mineur toonladder in het verhaal toe te voegen. 

Alle majeur toonsoorten hebben een relatieve mineur toonsoort. De relatieve mineur toonladder maakt gebruikt van exact dezelfde noten als de majeur toonladder en hebben daardoor dezelfde voortekens.

Zo weet je misschien al dat A-mineur de relatieve mineur toonladder is van C-majeur. De A-mineur toonladder is namelijk opgebouwd uit A-B-C-D-E-F-G-A en de C-majeur toonladder uit C-D-E-F-G-A-B-C. Dit zijn exact dezelfde noten en daarom hebben ze exact dezelfde voortekens (beide toonsoorten hebben geen voortekens in dit voorbeeld).

De relatieve mineur kan je met de kwintencirkel makkelijk vinden, aangezien de relatieve mineur altijd vermeldt staat onder de majeur toonsoort. In deze binnenste ring, vind je alle relatieve mineur toonsoorten en de voortekens die hierbij horen.

Op de piano kan je de relatieve mineur ook makkelijk vinden door vanaf de majeur grondtoon drie toetsen naar beneden te gaan. Als de toonsoort bijvoorbeeld D-majeur is, dan kan je drie toetsen naar beneden gaan (D♭, C, B). Zo zie je dat B de relatieve mineur is van D-majeur. 

De relatieve mineur ligt dus altijd drie halve tonen onder de majeur toonsoort.

Hoe je het kan toepassen op piano

Op de piano kan de kwintencirkel gebruikt worden om je te helpen bij het volgende:

1. Toonladders leren

Deze kwintencirkel geeft de perfecte volgorde om toonladders en toonsoorten te leren.

Je kan beginnen met de toonsoorten met één kruis of mol en geleidelijk doorgaan naar de toonsoorten met meerdere kruizen en mollen.

Voor elke opvolgende toonsoort die je leert hoef je maar één extra mol of kruis toe te voegen. Hierdoor kan je nieuwe toonsoorten leren terwijl je voortbouwt op de kennis van de vorige toonsoort. 

Dit is de methode die de meeste tutor boeken ook gebruiken om steeds ingewikkelder toonsoorten te behandelen. 

2. Toetsen herkennen en onthouden

De kwintencirkel geeft aan welke voortekens er in een toonsoort zitten. Hierdoor weet je welke noten een halve toon hoger of lager moeten worden gespeeld.

Dit betekent dat je ook weet welke toetsen je kan spelen als een muziekstuk binnen een bepaalde toonsoort speelt. Het enige wat je hoeft te leren is welke noten precies een mol of een kruis krijgen en dan kan je gemakkelijk liedjes in alle toonsoorten spelen.

Om de volgorde van de kruizen en mollen te onthouden kan je een Engels ezelsbruggetje gebruiken.

Voor de toonladders met kruizen:

(F)ather (C)harles (G)oes (Down) (A)nd (E)nds (B)attle

Voor de toonladders met mollen:

(B)attle (E)nds (A)nd (Down) (G)oes (C)harles (F)ather 

In de kwintencirkel ziet dit er alsvolgt uit:

3. Leer arpeggio’s en akkoorden 

De kwintencirkel kan gebruikt worden om de noten van majeur en mineur arpeggio’s en akkoorden te vinden en te onthouden. Door de noten van het C majeur arpeggio of akkoord (CEG) over de cirkel te verbinden ontstaat een driehoek zoals hier in oranje is aangegeven. 

Je kunt dezelfde driehoek vervolgens overbrengen naar elke andere positie in de cirkel waardoor je de noten krijgt voor het majeur arpeggio of akkoord voor die toonsoort. 

Dit kan ook worden toegepast op andere soorten arpeggio’s en akkoorden: 

4. Het identificeren van veel voorkomende akkoordenschema’s

Veel klassieke en populaire muziekstukken gebruiken harmonische progressies die zijn gebaseerd op de kwintencirkel. In deze akkoordenprogressies volgen de akkoorden zich in een natuurlijke volgorde op. Hierdoor krijgt de akkoordenprogressie een gevoel van voorspelbaarheid en een natuurlijke flow. 

De akkoordenschema’s die gebaseerd zijn op de kwintencirkel zijn over het algemeen zeer aangenaam om naar te luisteren. Als je een liedje aan het leren bent, is het dan ook nuttig om de progressie in de kwintencirkel te plaatsen. Hiermee kan je de harmonie van dat muziekstuk analyseren. 

Zo zijn Jazz akkoordenprogressies vaak gebaseerd op de kwintencirkel, zoals hier te zien is in de jazz song “Autumn Leaves” in de toonsoort van A mineur:

*Afbeelding van https://www.musical-u.com/

Ook veel klassieke muziekstukken gebruiken de kwintencirkel als basis voor harmonie. Een beroemd voorbeeld hiervan is Pachelbel’s “Canon in D majeur”, met de harmonie hier geschreven als akkoordnamen boven de noten van de melodie:

Een goede kennis van de kwintencirkel zal je helpen om harmonie beter te begrijpen. Het zal je muzikale intuïtie versterken waardoor je een gevoel krijgt van waar de muziek naartoe wilt gaan. 

Het leren van muziekstukken wordt daardoor een stuk gemakkelijker en, als je interesse hebt in componeren, zou het je composities naar een hoger niveau tillen. 

Tijd voor actie

Je weet nu wat de kwintencirkel is en waar het je precies mee kan helpen. Deze cirkel is verbonden met vele andere concepten in de muziektheorie, dus het is een goede plaats om mee te beginnen.

Neem nu de tijd om bekend te raken met de kwintencirkel en je zal versteld staan van hoeveel meer je kan doen met dit concept en hoeveel andere concepten hiermee verbonden zijn. Kijk gerust ook naar de gelinkte artikelen om meer informatie over te krijgen over gerelateerde concepten.

Tip: Ben je opzoek naar iets waarmee je gelijk deze kennis kan toepassen dan het boek “Spelen met bladmuziek 2: Toonladders leren lezen en spelen” hierbij helpen. Hierin staan veel oefeningen die in meerdere toonsoorten worden weergegeven. Ideaal om de kwintencirkel toe te passen en tegelijkertijd bekent te raken met toonladders in verschillende toonsoorten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *